Van stressvolle vertrekdagen via Kopenhagen naar de wilde Noorse natuur: een reis vol kajaktochten, gletsjer-hikes, spekgladde paden en onverwachte pechjes. Inclusief de beste kaneelbroodjes en het antwoord op de vraag waarom wildkamperen niet altijd sexy is.
Na een paar drukke weken vol werk-, inpak- en klusstress was het eindelijk tijd om te vertrekken. Puk logeerde al elders, dus we begonnen met een leeg huis en vertrokken via Coevorden richting Duitsland. De eerste dag was vooral kilometers vreten, met twee keer vertraging en een avondje op een camping net boven Hamburg. Na een lange dag was een bord pasta en vroeg naar bed precies wat we nodig hadden.
Kopenhagen als warming-up
De volgende dag was het tijd voor een kleine citytrip in Kopenhagen. We hadden nog niet geluncht, dus de foodhallen van Tivoli waren een perfecte eerste stop. Liz koos Libanees flatbread met kip, ik ging voor lam. Allebei een schot in de roos. Daarna trokken we de stad in, langs de gekleurde huisjes en met een klein biertje op het terras. We waagden ons ook aan Tivoli, het oudste pretpark van Europa. Alleen al rondlopen was leuk, maar we speelden ook muntjes schuiven en deden het spookhuis met echte acteurs. Na een tweede bezoek aan de foodhall, dit keer voor een Mexicaanse quesadilla, pakten we de trein terug naar Fred. Een tof begin van de reis.
Zweden binnenrijden en de storm trotseren
Via de grote brug tussen Kopenhagen en Malmö reden we Zweden binnen. Missie één geslaagd, al was het vinden van een balans tussen tijd en bezienswaardigheden lastig. We kozen voor het Kullaberg natuurreservaat, prachtig gelegen maar wildkamperen was niet toegestaan. Dus toch maar de camping, en achteraf was dat ook maar goed. Storm Floris trok over het land en we werden flink te grazen genomen door harde windstoten. Het was eigenlijk wel fijn dat je op een plek bent waar je even op elkaar let. We realiseerden ons ook dat voor het beeld van de idyllische meren en bossen we toch verder het binnenland in moesten, maar dat zou een flinke hap uit onze tijdsplanning nemen. We waren eigenlijk puntje bij paaltje op weg naar Noorwegen.
Een paradijs tussen de kippen
Via tips van Instagram kwamen we bij een heerlijk plekje midden in de bossen van Zweden, op een boerderij van Nederlandse eigenaren. Met kippen, varkens, een paar koeien en een dikke zwerm bijen maken ze er echt een paradijs van. We parkeerden Fred tussen de beesten en bloemen op Stora Svalte Gård en zetten onze stoeltjes buiten. Het zonnetje kwam door en dat was best even genieten. Het voelde als een plek waar je zo een paar nachtjes langer zou willen blijven. We hebben vooral gebruikt om bij te komen van de lange dagen rijden, maar maakten ook een wandeling door de velden. Op de boerderij ontmoetten we een ander Nederlands stel dat op de terugweg was vanuit Noorwegen en we kregen een paar goede tips. 's Avonds maakten we onze GroetjesFred-klassieker, paprikapaella met chorizo, en doken we na een paar potjes Monopoly onder de dekens.
Eindelijk Noorwegen
Na een heerlijk ontbijtje met zelfgemaakte croissantjes en verse eieren reden we verder richting Noorwegen, met een tussenstop bij een waterval op de landsgrens. Daarna staken we de grens over, missie geslaagd. Het grootste deel van de dag reden we over de snelweg, wat ons iets minder beviel. Aan het eind van de middag vonden we via Park4Night een plekje aan een meertje. Het was een mooie locatie, maar met zoveel ruimte was het ook behoorlijk druk. Het voelde meer als een gratis camping dan als wildkamperen, maar ach, het is hoogseizoen en we hebben natuurlijk niet het alleenrecht op een mooie kampeerplek in Noorwegen.
Rondane en natte wandelschoenen
Met frisse moed reden we richting Rondane en maakten onderweg een stop bij een rivier die met enorme kracht door het landschap baande. Omdat we allebei toe waren aan een warme douche kozen we voor een camping boven op een berg met prachtig uitzicht én het startpunt van een wandelroute. Na het parkeren trokken we meteen de wandelschoenen aan. Voor Liz, met haar gescheurde enkelband, bleken de nieuwe wandelschoenen geen overbodige luxe. Ik liep op mijn hardloopschoenen en had al snel zeiknatte voeten. Na een paar kilometer gingen we terug richting camping, precies op tijd voor het avondeten.
De volgende dag trokken we verder richting Oppdal. We merkten dat we onderweg vaak even moesten stoppen, simpelweg omdat het landschap te mooi was om aan voorbij te rijden. In Dovrefjell liepen we een stuk van de Musk Trail, in de hoop de muskusossen te spotten, maar helaas lieten ze zich niet zien. Later stopten we opnieuw voor de lunch langs dezelfde indrukwekkende rivier waar het helderblauwe water met kracht door het dal stroomde. Aan het eind van de dag vonden we via Park4Night een plek aan een meer, waar we getrakteerd werden op een prachtige zonsondergang die het water goud kleurde.
Ruige westkust en wasdag
We reden verder naar de westkust en kwamen via Kristiansund op Averøya terecht. In ons enthousiasme parkeerden we direct om een pad langs de ruige kustlijn te volgen. Het werd een toffe mini-hike over de rotsen, met stevige wind en zelfs een korte regenbui. We hoopten onze was weg te kunnen werken, maar op de vorige camping was dat lastig geweest. Het begon wel nodig te worden, dus zochten we een plek met een wasmachine op Ljøsøya, op een kleine camping. Tijd voor een warme douche, de was op orde brengen en opladen voor het volgende stuk van de reis.
De Trollenkerk: nat tot op het bot
Een paar dagen eerder hadden we ook voor mij wandelschoenen gekocht, zodat we samen echt de natuur in konden. De route naar Trollkyrkje was het perfecte moment om ze uit te testen. De route begon meteen pittig, met een flinke klim over gladde rotsen en steile stukken. Soms hing er een touw, omdat je het anders écht niet zou redden. Voor deze twee ongetrainde wandelaars was het een behoorlijke uitdaging. Precies op het moment dat we elkaar aankeken dat het wel erg warm werd, begon het te regenen. En niet een klein miezerbuitje, maar een flinke plensbui waardoor we tot op het bot nat werden.
Na anderhalf uur klimmen bereikten we het hoogtepunt: de Trollenkerk, een grote grot waar je via een donkere gang uitkomt bij een enorme waterval die met kracht naar beneden stort. Prachtig om te zien, en de uitzichten onderweg waren echt super vet. We hebben enorm genoten van elke stap, elk uitzicht en de pure adrenaline van het klimmen. De hike was 6,8 kilometer met 445 hoogtemeters. Voor ons was dat behoorlijk wat, maar elke meter was het dubbel en dwars waard. De afdaling bleek minstens zo uitdagend. Door de regen waren veel rotsen spekglad geworden en veranderde de rest van het pad in een kleine rivier. Na drieënhalf uur hiken stonden we allebei weer veilig beneden, moe, nat, maar ontzettend voldaan.
Camping-etiquette blijft een mysterie
Na de intensieve Trollenkerk-hike waren we toe aan comfort. We vonden een camping vlak boven Molde, waar een warme douche precies was wat we nodig hadden. Het uitzicht vanaf de camping was werkelijk adembenemend: de bergen, het fjord en de ochtendmist die langzaam oploste. Toch is er één ding aan het camperleven dat we maar niet begrijpen: sommige medekampeerders hebben een bijna magnetische drang om precies naast jouw camper te parkeren, zelfs als er op het veld meer dan genoeg ruimte is. Dit keer gebeurde het weer. Een camper uit één van onze niet-nader-te-benoemen buurlanden plantte zich zo dicht bij ons dat het bijna ongemakkelijk werd. We hebben er maar om gelachen en ons teruggetrokken in onze eigen kleine Fred.
De volgende dag stond in het teken van uitrusten. We voelden onze benen wel en de was was nog steeds niet droog, waardoor Fredje lekker vochtig was. We besloten dat het tijd was voor een kalm-aan-dagje in Molde. We parkeerden Fred vlak bij het stadion en gingen zelf struinen langs alle winkeltjes. Bij een klein bakkerijtje kochten we een broodje, dat we oppeuzelden met een goede kop koffie. Na alle winkels te hebben bezocht, inclusief de Rituals-winkel – geloof me, Fred heeft nog nooit zo lekker geroken – besloten we dat het tijd was om via de veerboot door te rijden richting Åndalsnes.
Relaxmodus in de bergvallei
In Åndalsnes vonden we een heerlijke camping in de vallei tussen de bergen. Het zonnetje kwam door, dus we konden de luifel opzetten. We waren wel toe aan een dagje relaxen, dus besloten we direct om hier een extra nacht te blijven. De volgende dag was een heerlijk dagje om te ontspannen, echt vakantie. Natuurlijk, wat we hier in Noorwegen doen is al helemaal te gek, maar na de stressvolle weken voor vertrek waren we ook wel toe aan een beetje rust.
We begonnen de dag wel met een ochtendwandeling direct vanaf de camping. Het pad slingert door de bossen en bracht ons langs een klein strandje aan de rivier. Heel even overwogen we een duik te nemen, maar na een paar seconden pootje baden was de conclusie duidelijk: véél te koud. Terug op de camping nam Liz de tijd om haar boek uit te lezen, terwijl ik alle blogs met terugwerkende kracht schreef. Rond een uur of vier reden we naar het centrum van Åndalsnes, waar we bij de Sport Outlet nog een wandelbroek scoorden.
We hadden gehoord dat Noren dol zijn op pizza, dus besloten we deze culinaire traditie eens uit te proberen. Nou, de Italianen zouden teleurgesteld zijn. Volgens Liz was dit de minst lekkere restaurantpizza die ze ooit had gegeten. Maar voor Noorse begrippen was het ook niet bijzonder duur, 50 euro met z'n tweeën, dus de verwachtingen konden niet al te hoog zijn. Met een goed gevulde maag reden we daarna omhoog voor een avondwork-out, de hike naar Litlefjellet in Romsdal. Zoals de reviews beloofden, stunning view, less effort. Vanaf de top konden we alle kanten op kijken: de imposante Trollveggen, het dorp, de camping, Fred aan de overkant en het Romsdalfjord. Alles in de wijde omtrek lag aan onze voeten. In één woord: waanzinnig.
Kajakken op het Geirangerfjord
Voor vandaag stond er een flinke rit op de planning, 2,5 uur rijden met deadline. Om 13.00 uur moesten we in Geiranger zijn voor een kajaktour. Na Fred een inwendige opfrisbeurt te hebben gegeven vertrokken we richting Geiranger. De route voerde ons over de Trollstigen, een beroemde scenic route met elf haarspeldbochten. Deze weg is maar een klein deel van het jaar open, dus we hadden geluk. Bovenop de pas wemelde het van de toeristen. Daar krijgen we altijd een beetje de kriebels van, maar eerlijk is eerlijk, het uitzicht maakte alles goed.
Aangekomen bij de kajak-verhuurder was het even zoeken waar we precies moesten zijn, maar eenmaal in de kajak was het puur genieten. We hebben een perfecte dag uitgekozen, want het is de eerste zonnige dag deze reis! Met ruim 27 graden hebben we ook voor het eerst de korte broek aan in Noorwegen. Helemaal in onze nopjes. Met onze gids Van peddelden we zo'n 10 kilometer over het water, langs indrukwekkende watervallen en steile bergwanden, terwijl Van ons onderweg de mooiste verhalen vertelde. Na een tocht van 3,5 uur kwamen we terug aan wal. In ieder geval een ervaring rijker, maar eerlijk is eerlijk, ook wat spierpijn in onze schouders en armen rijker. Maar wat was dit tof!
Met een gratis douche en wat tips van Van liepen we het dorp in voor een welverdiende hamburger. Toen de zon al laag stond stapten we weer in Fred op zoek naar een slaapplek. We waren voorbereid op het ergste, maar vonden al na een kwartier een plekje naast een andere camper, wel een beetje scheef, maar prima genoeg om te slapen. Nu zijn we allebei compleet gesloopt van het kajakken.
Toeristen en slapen onder gletsjers
Met toch een beetje spierpijn stonden we vanmorgen op. Fredje stond een beetje scheef dus ik heb vaak de kast geknuffeld. Met een lazy morning zijn we de dag gestart, gewoon even lekker aankloten. Rond het middaguur reden we terug naar Geiranger waar we al snel schrokken van de hordes toeristen. Ook logisch natuurlijk, we kunnen niet verwachten dat al het moois in de wereld voor onszelf blijft. Na een lekkere lunch bij Cafe Ole hebben we nog even de souvenirshops bekeken, maar al snel waren we een beetje zat van alle mensen. We hebben onze wandelschoenen aangetrokken en de wandelroute naar de waterval gedaan. Hoewel het een toeristische route was, blijven de watervallen hier ons verbazen.
Na de wandeling zijn we op weg gegaan richting Jostedalsbreen. Alleen de weg ernaartoe was al een attractie op zich. Steeds hoger de bergen in, met uitzichten over het fjord die niet normaal mooi waren. Onderweg spotten we een fantastische kampeerplek, pal onder een gletsjer. Eerst reden we door, maar na vijf minuten keerden we toch om. Zo'n unieke plek krijg je niet vaak. Fred staat nu bovenop een rots, omringd door modder. Spannend of we hier morgen nog wegkomen, maar dat zien we dan wel weer.
Hiking on ice
Als wij enthousiast zijn, dan zijn we ook écht enthousiast. Als twee wilde puppy's stonden we vanmorgen op. Ontbijtje erin, vroeg lunchen en natuurlijk veel te veel haasten om op tijd te komen. Maar dit keer was het ons alles waard. Vandaag stond er een hike bovenop een gletsjer op het programma. Met een redelijke groep gingen we onder begeleiding de Nigardsbreen op. Eerst met een bootje naar de overkant, daarna nog een klein uurtje omhoog lopen. Hoe dichter we bij de gletsjer kwamen, hoe kouder de wind werd. Uiteindelijk gingen we goed ingepakt, met stijgijzers, tuigje en ijsbijl, het ijs op.
Met z'n allen aan één lang touw voelde het soms alsof onze gids ons uitliet, maar wat een ervaring was dit! Bovenop het ijs was het adembenemend om te zien wat de natuur allemaal maakt: smalle diepe kloven, enorme gangen en watervallen onder het ijs. Het ene uitzicht nog indrukwekkender dan het andere. Na een tocht van anderhalf uur op het ijs was het tijd om af te dalen en terug te lopen naar de boot. Vol enthousiasme, maar ook moe, reden we terug naar de camping waar een warme douche op ons wachtte. Daarna gingen direct de kleren in de was. Ondanks het ijs hadden we flink gezweet, dus dat was geen overbodige luxe.
Train, hike en bike
Om 7 uur de wekker. Yep, dat is best vroeg voor deze twee luilakken. Na twee hopeloze blikken naar elkaar en de woorden we moeten er echt uit hè, zijn we maar opgestaan. In rap tempo hebben we ons aangekleed en het bed weer afgebroken. Na het ontbijt zijn we vertrokken richting Flåm. We hadden sinds gistermiddag geen bereik meer, dus we hadden geen idee hoe ver het nog was. Een paar fotostops en haarspeldbochten later kwamen we aan op het station. Met een trein vol toeristen gingen we naar boven, langs prachtige watervallen, huisjes, dorpjes en bergen.
Vanaf het eindstation zijn we naar beneden gelopen naar het pick-up punt voor de fietsen, een wandeling van ruim 6 kilometer. Vanaf daar kon de pret beginnen. Met z'n tweeën op de mountainbikes downhill, heerlijk tussen de watervallen door. Zoals je wel begrijpt ontstaat er een spanningsveld: Liz wil elke 10 meter stoppen om te kijken en een foto te maken, ik wil met zoveel mogelijk gang die berg af racen. Een compliment naar onszelf, we vonden een goede middenweg! Na een uurtje fietsen, nouja, vooral remmen en een klein beetje trappen, kwamen we weer in Flåm aan.
We kwamen uit bij een sandwich en koffie kraampje. Door de warmte en het fietsen hadden we zin in iets kouds, dus een Tiramisu Iced Coffee leek ons een goed plan. En serieus, die was goed! Koffie onderin, melk erop, kwakje mascarpone erop, cacaopoeder en natuurlijk verkruimelde lange vingers. Maar daar stopte het niet. De broodjes waren god-de-lijk. Ik had een Italiaanse sandwich met pesto en mortadelle, Liz had een BBQ beef sandwich met kimchi. En ze vielen erg goed in de smaak.
Wildkamperen is niet altijd sexy
Na een goede lunch in Flåm hebben we Fred gestart en zijn we richting Bergen gereden. Volgens Apple Maps moesten we 2 uur omrijden vanwege een afgesloten tunnel. Na een beetje onderzoek namen we de gok en reden we tóch richting de tunnel. Gelukkig maar, want hij was gewoon open! Na dik 2 uur rijden vonden we een plekje, een half uurtje van Bergen. We staan op een parkeerplaats van een privé tolweg. Niet heel charmant, maar wel genoeg ruimte voor iedereen en lekker rustig. Vanavond aten we Butter Chicken uit een potje, maar goed te nassen. Na een korte wandeling zijn we op de bank beland voor blogjes tikken, foto's bewerken en spelletjes spelen.
Bergen tussen de zeven bergen
Vandaag was het tijd voor een citytrip naar Bergen, de stad tussen de zeven bergen en de toegangspoort tot de fjorden. Na dagen vol natuur stonden we ineens midden in kleurrijke straatjes, historische pakhuizen en levendige pleinen. Een totaal andere vibe, maar minstens zo leuk. Na het ontbijt en een paar moppers over mijn haar reden we richting het station van Arna. Uiteraard stonden wij weer met onze dikke Fred aan de verkeerde kant, dus het was even zoeken naar een parkeerplaats.
Na tien minuutjes in de trein stapten we uit in Bergen. Direct werden we enthousiast van alle kleine straatjes en vooral de gezelligheid. Die hadden we nog niet echt eerder gezien in de Noorse steden. Al snel liepen we langs een kapper en dat was de uitgelezen kans om iets aan mijn haar te laten doen. Vage zaak, boze bellende vrouw, hardhandige kapper, maar hé, wel weer een frisse coupe. Na de kapper liepen we door richting Bryggen. Genietend van alle gekleurde huisjes hadden we snekkietijd alweer gemist. Bij een bakker haalden we twee broodjes en koffie, heerlijk plekje en vooral heerlijke broodjes.
Na nog een paar leuke kleine winkeltjes, straatjes en huisjes vonden we het genoeg geweest en liepen we terug richting de trein. Met uiteraard nog een tussenstop bij een bakkerij om twee kaneelbroodjes te halen. Vlakbij het station was een kleine camping waar we een opfrisbeurt nodig hadden. Kneitertje druk, maar wel netjes. Eenmaal op de plek hadden we even pech. De hor kwam tussen de schuifdeur, dus we moesten de deur met wat geweld openmaken. Inmiddels is hij weer open, maar soepel gaat het niet meer. Na het eten wilden we nog een bezoekje brengen aan de supermarkt voor een lekker biertje en Somersby. Alleen waren we bij de kassa even vergeten dat je hier geen alcohol meer mag halen ná acht uur. En het was 8:15. Whoopsie. Dan maar met een blikje Fanta een potje Skip-Bo spelen.
Pechdag en de mooiste hike
Vandaag begon niet bepaald vlekkeloos. De schuifdeur wilde nog steeds niet lekker open, Liz stootte haar hoofd, alles viel om en tot overmaat van ramp ging ik ook nog op het gordijn zitten waardoor het koord uitrekte. Kortom: het zat even niet mee. Na wat praktische zaken zoals het legen van het toilet, water verversen en boodschappen doen, waren we eindelijk onderweg. Gisteravond hadden we het plan omgegooid. In plaats van omhoog trekken, besloten we nu een stukje naar het zuiden te gaan, richting het Hardangervidda.
We reden een prachtige route richting de parkeerplaats van de Bondhusvatnet-hike. Precies toen we aankwamen, vertrokken er twee tourbussen. Dat betekent meestal twee dingen: het is toeristisch, dus mooi, en de toeristen zijn weg. Perfect timing. En alsof het zo moest zijn, sprong de deur van Fred opeens weer open. Hij heeft wel vaker rare kuren; door het hobbelen en trillen op de weg schiet hij soms ineens weer goed op zijn plek. Het pad omhoog begon met een verraderlijke klim. Niet steil, maar toch pittig met een volle rugzak. Na drie kilometer bereikten we het meer, tijd voor pauze. Daarna liepen we nog een stuk om het meer heen, net wat uitdagender en zeker prachtig. De terugweg ging een stuk sneller. Het scheelt dat we altijd van alles te bespreken hebben en zo een heel eind wegkletsen.
Een droomplekje voor onszelf
Na de wandeling besloten we nog anderhalf uur verder te rijden. Vanavond was onze laatste avond samen in Noorwegen en we wilden graag een plekje voor onszelf, zonder buren. En die vonden we: opnieuw onder een gletsjer, met een prachtig uitzicht. Het kostte wat gepuzzel om Fred waterpas te krijgen en we moesten zelfs één levelblok opofferen, maar uiteindelijk stonden we redelijk recht. Na een soepje en pan-tosti's speelden we nog een spelletje, maar de moeheid sloeg al snel toe. Dus bed klaargemaakt en op naar morgen, wanneer we beginnen aan een nieuw hoofdstuk van de reis.
Wat een reis was dit. Van stressvolle vertrekdagen via het gezellige Kopenhagen naar de ruige Noorse natuur. We hebben gekajakd tussen fjorden, zijn op gletsjers geklommen, hebben ons door modder geworsteld en zijn tot op het bot nat geregend. We hebben gelachen om camperburen die zich magnetisch tot ons aangetrokken voelen en hebben de slechtste pizza van Noorwegen gegeten. Maar bovenal hebben we genoten van elk uitzicht, elke waterval en elke meter die we samen hebben afgelegd. Dit was pas het begin, en wat een begin was het.





